8. NOOIT MEER ALLEEN

Nooit meer langs wegen gaan, alleen.
Gods armen zachtjes om je heen.
Zoals een mens je warmen mag,
is Hij bij je ied're dag,
mag je stil geborgen zijn.

Ademen rustig, diep en wijd,
eenvoud en vreugdevolle tijd.
Dat je zijn lieve vrede kent,
in je ziel verbonden bent
met de kern van jouw bestaan.

Wat ook het leven van je vraagt;
Vreugde van binnen die je draagt
dwars door het donker elke keer
en je tillen, telkens weer,
in een nieuw en helder licht.