3. DIE ZAL LEVEN

Wie moet zwijgen, zal gaan spreken;
boventoon zal ondergaan.
Armen zullen breeduit lachen,
rijken leeg en schuldig staan.
Tronen, banken, macht en statie,
grof geschut, dwingelandij,
winst uit nood, eer over lijken:
al die dingen gaan voorbij.

Blinden zien en doven horen,
stommen spreken, lammen gaan.
Mens voor mens komt God ons tegen
en Hij mag voorgoed bestaan.
Niemand ziet zijn levenseinde
als bedreiging van het lot;
ieder weet zich - dood of levend -
Onaantastbaar Kind van God.

Wie zich met zijn eigen leven
overgeeft aan deze droom
die zal mensen tegenkomen,
last en lijden, tegenstroom.
Die zal leven: klein, verborgen,
Solidair en zonder grens!
Die zal weerloos ooit nog worden:
Mensenbroeder - toekomstmens!