24. de klokken klinken

De klokken klinken deze nacht,
de oude boodschap wordt gebracht;
vertellen zacht: het Licht verscheen,
vrede op aard voor iederéén.

En de klokken klinken (“Vreed’ op aard”)
als een koor, ze zingen: “Vreed’ op aard”
In mijn hart blijft klinken:
“Vreed’ op aard voor iederéén”.

En in mijn wanhoop kniel ik neer,
“Op aarde is geen vrede meer.
Er is veel haat, het is niet waar,
geen vreed’ op aard voor iederéén”.

Maar de klokken klinken (“Vreed’ op aard”)
als een koor, ze zingen: “Vreed’ op aard”
Wie hoort dat lied nog klinken:
“Vreed’ op aard voor iederéén”.

Hoor je de klokken met hun lied:
“God is niet dood en Hij slaapt niet;
Vreed’ op aard, vreed’ op aard.
Wat slecht is faalt, recht zegeviert
door vreed’ op aard voor iederéén”.
Voor iederéén.

De klokken klinken, Licht verschijnt
waardoor de nacht voorgoed verdwijnt.
Hun stem, hun klank, hun lofgezang
van vreed’ op aard voor iederéén.

En de klokken klinken (“Vreed’ op aard”)
als een koor, ze zingen: “Vreed’ op aard”
In ons hart blijft klinken:
“Vreed’ op aard voor iederéén”.