11. EEN LIED VOOR EEN KIND

Grote mensen, vuile handen, gedachten star en krom;
geen geborgenheid in hun zorgen, ze leven, maar waarom?
Met hun ogen wijd geopend, maar blind in de nacht,
gaan ze hand in hand en hopen op een licht dat lacht;
een nieuwe dag

refrein:
Alles zingt van het Kind;
uit een nacht, uit de aarde geboren.
Mensenkind, nieuw begin;
onze vrede, de aarde goed gezind.

Mensen dragen hun verleden, met schuld, met angst en spijt;
ontevredenheid in het heden, gevangen in de tijd;
gaan door lange donk're gangen, beklemd voor vandaag;
met een onbestemd verlangen naar een licht dat lacht;
een nieuwe dag

refrein

Mensen wachten op de sterren, de bomen en de wind;
willen leven - willen kijken met de ogen van een kind;
in een wereld zonder vrede, vol dreigende macht,
is een kind, zo staat geschreven, als een licht dat lacht;
een nieuwe dag

refrein