49 ALLE MENSEN DROMEN VAN DE DAG

1 Alle mensen dromen van de dag
dat zij vrede vinden in hun hart.
Zoals een kind zijn vreugde vindt
in al het moois en liefs dat hem omringt,
zo wil ik blij, gelukkig zijn,
zo zou ik heel mijn leven willen zijn.

2 Alle mensen hopen op een dag
dat er iemand is die op je wacht.
In ied're mens een stille wens,
al roepend, vragend om een medemens.
Die jou ziet staan en jou verstaat,
die luisterend jouw pijn en vreugde draagt.

3 Alle mensen bidden om de dag
dat God inspeelt op hun vragend hart.
God zie mij aan, ik roep Uw naam
ik voel me soms zo laag en eenzaam staan.
Ik ben nabij, zo antwoordt Hij
als jullie voor elkaar wat liefde zijn.

4 Alle mensen dromen van de dag
dat Gods vrede in ons leven mag.
Al wie zich geeft, zijn liefde deelt,
bouwt aan een nieuwe wereld onverdeeld.
Waar vrede wacht en liefde lacht,
waar God herleeft in mensen onverwacht.