23 LIED VAN DE EENZAAMHEID

God er leven zoveel mensen,
langs mij heen gaan zoveel mensen.
Ja, ze leven, al die mensen, zo dicht bij mij.
'k Zie ze lachen, 'k zie ze huilen,
'k zie dat ze zich soms verschuilen.
God er leven zoveel mensen,
zo dicht bij mij.

God er zijn veel lege handen,
ogen die verdrietig branden,
mensen die heel eenzaam stranden, zo dicht bij mij.
En je wilt, maar kunt niet geven,
dat wij samen blijer leven.
God, er zijn veel lege handen,
zo dicht bij mij.
Steden, dorpen, huizen breken,
als de muren konden spreken; oude wonden blijven steken, zo dicht bij mij.
Man en vrouw die samen wonen
en toch niet tot liefde komen.
Steden, dorpen, huizen breken,
zo dicht bij mij.

Eenzaam leven mensen samen,
lachen wel, maar hebben tranen.
Maskers dragen vele namen, zo dicht bij mij.
En je kust, die van je houden,
die je eenmaal toch vertrouwde.
Eenzaam leven mensen samen,
zo dicht bij mij.

Eenzaam aan het kruis geslagen,
heel alleen zijn lot gedragen.
Man van smarten werd verslagen,
zo dicht bij mij.