17 HANDEN

Ik zag handen, Heer,
handen die vroegen om liefde te geven,
handen die vroegen om leven te geven,
terwijl ik verder liep.

Ik zag handen, Heer,
handen die sloegen in plaats van te strelen,
handen die namen in plaats van te delen,
terwijl ik verder liep.

Handen zijn er om handen te geven.
Handen zijn tekens van liefde.
Handen zijn er om handen te geven.
Handen zijn tekens van liefde, van leven.

Ik zag handen, Heer,
handen zo koud en zo leeg als de mijne,
handen als tekens, handen als seinen,
terwijl ik verder liep.

Ik zag handen, Heer,
handen zo wreed met spijkers doorslagen,
handen om andere handen te vragen,
terwijl ik verder liep.

Handen zijn er om handen te geven.
Handen zijn tekens van liefde.
Handen zijn er om handen te geven.
Handen zijn tekens van liefde, van leven.

Ik zie je handen, Heer,
handen om mij mijn handen te geven,

een hand voor liefde,
een hand voor verdriet.